Antibiotica is een ontstekingsremmer. Het is afhankelijk van het soort antibiotica dat je slikt of je wel of niet alcohol kunt drinken. Veel alcohol drinken als je antibiotica gebruikt is niet slim.

Antibiotica is extra zwaar voor je lichaam

Zowel antibiotica als alcohol worden door je lever afgebroken. Als je antibiotica gebruikt, ben je waarschijnlijk al niet helemaal gezond. Als je dan alcohol drinkt kan dit extra zwaar zijn voor je lever. Ook kan het langer duren voor je genezen bent van datgene waar je antibiotica voor slikt.

Bijwerkingen van antibiotica

Bij sommige antibiotica kan je vervelende bijwerkingen krijgen wanneer je alcohol drinkt, zoals:

Kun je een glaasje alcohol drinken bij antibiotica?

Een klein beetje alcohol kan niet veel kwaad in combinatie met (de meeste) antibiotica. Je wordt er niet ziek van en de antibiotica zal nog steeds werken. Maar zijn antibiotica waarbij je dit niet moet doen. Je vind dan een waarschuwing in de bijsluiter van je antibiotica. Of het staat op het etiket. Als je het niet zeker weet kun je altijd informatie vragen bij je apotheek.

Meer weten?

Kijk op www.drugsinfo.nl voor meer informatie over het combineren van antibiotica met andere drugs.


GHB doseren is ontzettend moeilijk en gaat vaak verkeerd. De dosis luistert uiterst nauw en is afhankelijk van het lichaamsgewicht van de gebruiker, de maaginhoud en zijn/haar gevoeligheid. Wat de een kan hebben, is voor de ander teveel. Als je veel GHB gebruikt ontstaat er tolerantie. Dat wil zeggen dat je steeds meer nodig hebt voor hetzelfde effect. Lees in het lange antwoord belangrijke doseertips.

 

Meer details

Een overdosis kan makkelijk ontstaan omdat er maar heel weinig verschil zit tussen de hoeveelheid GHB die het gewenste effect oplevert en de hoeveelheid waarbij je out gaat.

Goed doseren van GHB is lastig maar van belang. Als je iets te veel neemt kun je out gaan. Neem in ieder geval nooit een heel buisje. In een buisje zit meestal 4 tot 5 ml GHB. Een buisje gevuld tot de schroefdop bevat 5 ml. Een half buisje (2 ml) kan al teveel zijn, zeker als je vrouw, klein of licht bent.  Binnen 5-30 minuten voel je meestal het effect. Het kan langer duren als je net hebt gegeten. 

Doseren gaat vaak mis als je te snel bijneemt. Dat gebeurt nogal eens, ook omdat je besef van tijd verandert. Gebruikers adviseren: als je bijneemt, doe dat dan na ruim twee uur. Neem minder dan de eerste keer en neem nooit bij als je je niet lekker voelt.

 


Soms neem ik me voor om niet te gebruiken, bijvoorbeeld als ik voor een tentamen zit, maar meestal kan ik de verleiding niet weerstaan. What to do?

Om te leren omgaan met ‘verleiding’ zal je voor jezelf grenzen moeten gaan trekken. Maak afspraken met jezelf en anderen over hoeveel en wanneer je gaat gebruikt (en bijvoorbeeld hoe laat je naar huis gaat). Kijk of het je lukt om je aan die afspraken te houden. Wat kan helpen is om niet meer en vaker te kopen dan je hebt voorgenomen te gaan gebruiken. En niet naar mensen of plekken toe te gaan waar je misschien in de verleiding komt om toch te gaan gebruiken.

Tips om geen drugs te gebruiken:

Iets anders wat kan helpen is om een dagboek bij te houden: een maand lang schrijf je dan op waar, wanneer, wat, hoeveel, met wie en vooral waarom je gebruikt. Er kan een leuke aanleiding zijn geweest, bijvoorbeeld een feestje. Maar misschien gebruikte je vanwege stress, verveling of ruzie. Na deze maand bekijk je of er een bepaald patroon in je gebruik zit. Dat kan je helpen om lastige situaties te vermijden als je een tijdje niet wilt drinken of een tentamen voor de boeg hebt.

Tot slot is het belangrijk om van te voren te bedenken wat je gaat doen of zeggen als je toch in de situatie komt waarin iemand je iets aanbiedt of je de mogelijkheid krijgt om te gebruiken. Stel je van te voren voor hoe je dan wil handelen en handel ernaar in de situatie zelf.

Wanneer je merkt dat je moeite hebt met het omgaan met verleiding kun je ook overwegen om contact op te nemen met een instelling voor verslavingszorg bij jou in de buurt. Dit soort instellingen bieden vaak verschillende vormen van zorg aan. Sommige mensen hebben bijvoorbeeld baat bij intensieve begeleiding of een opname. Anderen willen juist weinig contact en hebben iets aan de eenmalige adviesgesprekken of een van de online (zelf)hulp programma’s die dat soort organisaties aanbieden.


 

Hoe ga ik om met groepsdruk en hoe voorkom ik dat ik weer voor de bijl ga? Hoe kun je het beste nee zeggen? Lees alle tips op deze pagina:

Tips om nee te zeggen tegen drugs


Ja, want in alcohol zitten vaak veel calorieën. Zo zitten in een mixje bijna evenveel calorieën als in een kroket. Het teveel aan calorieën dat je binnenkrijgt wordt opgeslagen als vet.

In alcohol zitten veel calorieën

In alcohol zitten veel calorieën: één gram pure alcohol bevat ruim zeven kilocalorieën. Een standaardglas alcohol bevat 10 gram pure alcohol. Dit komt neer op ruim zeventig kilocalorieën per glas, oftewel de calorieën van een boterham.

In veel alcoholische drankjes zit ook nog suiker

En met die ene boterham ben je er vaak nog niet. In bier, wijn en sterke drank zitten ook nog andere ingrediënten waar calorieën in zitten, zoals suikers. Daarnaast bevatten veel alcoholische drankjes of mixjes ook veel suiker, waardoor je nog meer calorieën binnen krijgt. Alcohol heeft bovendien nog eens een extra dikmakend effect, doordat het de afbraak van het vet uit de voeding vertraagt en er zo voor zorgt dat je meer vet opslaat.

Bovendien krijg je door alcohol ook meer trek in eten

Als je bier, wijn of sterke drank drinkt vlak voor of bij je maaltijd dan eet je meer dan als je dit niet doet. Je bloedsuikerspiegel daalt tijdens het drinken van alcohol, waardoor je meer trekt krijgt. Ook heb je minder snel een verzadigd gevoel wanneer je alcohol drinkt. 

Alcohol leidt tot meer vetopslag

Je lever breekt minder goed vet af door alcohol. Hierdoor sla je meer vet op, welke meestal rond je buik blijft zitten. Niet voor niets dat een dikke buik door het drinken van alcohol een bierbuik wordt genoemd. 

Minder of geen alcohol drinken helpt bij een gezond gewicht

Een gezonde leefstijl met onder meer gezonde voeding, voldoende beweging en een goede nachtrust kan overgewicht voorkomen of verminderen. Bij een gezonde leefstijl hoort ook geen of weinig alcohol drinken. 

De afgelopen jaren is er bijzonder veel te doen geweest over lachgas. In het nieuws zijn verschillende voorbeelden voorbij gekomen van mensen die zeer grote hoeveelheden lachgaspatronen per dag/week hebben gebruikt en kampen met de gevolgen van zenuwschade (als gevolg van vitamine B12 tekort). Maar hoe vaak komt dit voor en hoe ernstig zijn de gevolgen?

Tintelingen in handen en voeten

Lachgas wordt veel gebruikt, door verschillende groepen. Sommige groepen zijn gevoeliger voor de schadelijk effecgten. Het gaat dan om jonge en onervaren personen, vrouwen in de vruchtbare leeftijd en mensen met een laag vitamine B12-niveau, zoals vegetariërs en veganisten. Mensen kunnen allerlei klachten krijgen zoals hoofdpijn, duizeligheid en tintelingen in handen en voeten. Tintelingen en een doof gevoel in armen en benen zijn een alarmsignaal om direct te stoppen met gebruik. Zenuwschade na veel/vaak lachgasgebruik komt helaas steeds meer voor. Ook spraken Brandwondencentra van ernstige vrieswonden. Gebruikers die ballonnen vullen met een grote lachgastank, klemden die tussen de benen en kregen door onoplettendheid levenslange littekens.

Risicotaxatie lachgas

Eind 2019 verscheen een nieuwe risicotaxatie over lachgas door het CAM (Coördinatiepunt Assessment en Monitoring nieuwe drugs). Daar werden de werking en risico’s beschreven.

Directe risico’s en de effecten op lange termijn

Waarom is er dan geen schade door lachgas bij medische ingrepen?

Andere narcosemiddelen zijn meer geschikt

Dus ook in de medische wereld is men (via uitgebreid wetenschappelijk onderzoek) bekend met de mogelijke gevaren van lachgas. Tegenwoordig maakt men bij langere ingrepen gebruik van andere narcosemiddelen. Bij kortdurende ingrepen (tandarts) wordt nog wel lachgas gebruikt.


Bestaat er iets als weekendverslaving? Volgens het handboek van de psychiatrie, de DSM-V, ben je als je elk weekend gebruikt niet gelijk verslaafd. De DSM-5 definieert een “stoornis in het gebruik van middelen” met een lijst van elf criteria zoals:

Wie vier of vijf vakjes aanvinkt heeft een “ernstige stoornis”. Als je het echt alleen in het weekend doet, heb je waarschijnlijk niet een ‘ernstige stoornis’. De kern van verslaving is of je je gebruik onder controle hebt. Als je het doordeweeks niet doet, heb je blijkbaar toch een mate van beheersing. Maar als je bijvoorbeeld de eerste drie dagen van de week altijd moe bent, je vaak ziek meldt of er spijt van hebt, ervaar je toch een vorm van last.

Weekendgebruik is wel risicovol

Ook al ben je misschien volgens de officiële diagnose waarschijnlijk niet verslaafd, dan is het gebruik alsnog risicovol. En heb je zeker te maken met enkele kenmerken van verslaving. Het wordt steeds moeilijker om te stoppen of minderen als je eenmaal veel gebruikt.

Je hebt vaak vrienden die ook gebruiken en feesten

Ook kunnen de mensen met wie je omgaat een rol spelen in je feestgedrag en drugsgebruik. Dat kan beide kanten op werken. Mensen hebben de natuurlijke neiging om vrienden uit te zoeken met dezelfde levensstijl. Dat geldt zeker voor mensen die veel uitgaan en drugs gebruiken. Als je wilt stoppen met de levensstijl zullen echt goede vrienden dat wel begrijpen, maar soms kan het nodig zijn om uit een vriendengroep te vertrekken. En andersom: als je vaker gebruikt, zal je soms naar mensen toe trekken die net iets meer of riskanter gebruiken. Je gebruikt het dan als smoesje: kijk er is iemand die het nog bonter maakt dan ik, dus bij mij valt het wel mee. Het kan dus een goed begin zijn om eens een paar weekends over te slaan om te kijken hoe dat gaat. Lukt dat niet, dan heeft dat vaak verschillende redenen.

Wat zijn je triggers en hoe kun je die vermijden

De meeste kun je waarschijnlijk zelf wel bedenken, maar het is goed om in je achterhoofd te houden wat het precies triggert. Zeker als je gebruik wat trekjes krijgt van verslaving. Dan kan alles je doen denken aan dat lekkere gevoel van bijvoorbeeld de coke of speed. Dat kan een bepaald café zijn, een vriend of vriendin, of een muzieksoort – waardoor je voornemens de mist in gaan. Onderschat ook zeker niet het ontremmende effect van alcohol: een paar glazen kunnen het ‘fuck it’-moment enorm versnellen. Veel mensen die stoppen met roken zullen dat herkennen: doordeweeks gaat het goed, maar na een paar biertjes in het café met vrienden steken ze toch weer een sigaret op.

Doe een online gebruikstest

Als het niet lukt die triggers te vermijden en je vaker gebruikt dan je zou willen, kan je eerst een zelftest maken waarmee je kunt kijken of je risicovol gebruikt. Je krijgt meteen de uitslag, die je adviseert of het verstandig is om te stoppen of minderen. Veel mensen kunnen dat zonder hulp. Het is laagdrempelig en het geeft net een zetje in de goede richting. Ook kun je online hulp zoeken via programma’s waar je je gebruik bij houdt en je krijgt informatie en tips.

Hoe kun je verslaving herkennen?

Zoek professionele hulp

Weinig jongeren gebruiken elk weekend en zoeken daar professionele hulp voor: als je zelf nog geen last ervaart, is de stap naar een adviesgesprek groot. Als het goed gaat op je werk, in je relatie en sociale leven, dan is er ook geen motivatie om te stoppen en is het waarschijnlijk ook niet nodig. Er zijn mensen die uit eigen initiatief een hulpgesprek aanvragen, maar vaak is er dan iets gebeurd: ze zijn in een vechtpartij beland, of een partner trekt hun gebruik niet meer of omdat hij of zij aan kinderen wil beginnen of een serieuze baan krijgt. Daardoor kan het besef ontstaan dat ze misschien toch zouden willen minderen of stoppen. Een adviesgesprek of behandeling is dan een mogelijkheid.

Het kan gebeuren dat je na een bad trip door blowen het gevoel krijgt dat je weer in een trip terecht komt. Dit heet een flashback. Flashbacks kunnen naar boven komen als je opnieuw gaat blowen.

Wat zijn flashbacks?

Als je een vervelende ervaring (bad trip) hebt meegemaakt, kan je daarna af en toe het gevoel krijgt dat je weer in diezelfde trip terecht komt. Dit wordt flashbacks genoemd. Flashbacks kunnen naar boven komen als je opnieuw gaat blowen. Soms kunnen ook bepaalde situaties je sterk doen herinneren aan de bad trip: iets simpels als een snelle hartslag, maar ook bepaalde geuren, beelden, geluiden kunnen je een flashback geven. Tijdens een flashback kun je weer last krijgen van dezelfde nare gevoelens of gedachten die je tijdens de bad trip ook had. Bij blowen wordt dit vaak flippen genoemd.

Angst geeft weer nieuwe flashbacks

Sommige mensen zijn na het krijgen van een flashback bang om dit opnieuw mee te maken. Deze angst en alle lichamelijke reacties die daarbij horen, kunnen soms juist een nieuwe flashback oproepen.

Zo kan je in een cirkel komen, waar je maar moeilijk uit lijkt te komen. Afleiding en steun van anderen kan soms helpen. Lees hier wat je zelf kan doen. Of neem contact op met de Drugs Infolijn (0900-1995) voor advies. Als de angstaanvallen niet minder worden kun je met dit probleem naar je huisarts of de regionale instelling voor verslavingszorg gaan. Deze kunnen met je kijken naar een mogelijke oplossing. Bij veel instellingen voor verslavingszorg zijn de adviesgesprekken gratis en vrijblijvend.